Vaccineren

Honden kunnen in Nederland gevaccineerd worden tegen de volgende ziektes:

  • Parvo
  • Hondenziekte (ziekte van Carré)
  • Infectieuze leverziekte
  • Ziekte van Weil (Leptospirose)
  • Kennelhoest:
    • Door canine para-influenzevirus
    • Door canine adenovirus type 2
    • Door Bordetella bronchiseptica
  • Hondsdolheid (Rabiës)
  • Herpesvirus
  • Babesiose
  • Tetanus
  • Huidschimmel

Basisvaccinatie
Pups krijgen van de moeder afweerstoffen; voor de geboorte via de baarmoeder en na de geboorte via de moedermelk. Deze beschermt de eerste weken tegen ziektes, mits de pup goed drinkt. De bescherming neemt langzaam af, de snelheid verschilt per pup.

De eerste vaccinatie wordt gegeven aan pups op 6 weken leeftijd. Deze vaccinatie beschermt tegen parvovirus en hondenziekte. Op 8-9 weken leeftijd wordt een tweede vaccinatie gegeven. Deze ‘kleine cocktail’ beschermt tegen parvovirus en ziekte van Weil. De derde en vaak laatste vaccinatie wordt op 12 weken gegeven. Deze ‘grote cocktail’ beschermt tegen parvovirus, hondenziekte, infectieuze leverziekte, ziekte van Weil, canine para-influenza en canine adenovirus type 2. Bij sommige pups moet de vaccinatie 4 weken later weer worden gegeven, op 16 weken leeftijd. Dit geldt voor pups die een groot risico lopen ziek te worden (bijvoorbeeld in een asiel) en voor pups die van de moeder veel afweerstoffen hebben gekregen (bijvoorbeeld in een kennel).

Na deze vaccinaties moet de hond jaarlijks worden gevaccineerd. De eerste keer moeten alle vaccinaties worden herhaald. De vaccinatie tegen parvovirus en ziekte van Weil werkt 1 jaar, tegen de andere ziektes 2 jaar. Daarom wordt het ene jaar de grote cocktail gegeven en het jaar daarna de kleine cocktail. Wanneer een vaccinatie is verlopen wordt deze zo snel mogelijk alsnog gegeven en vervolgens weer jaarlijks herhaald volgens hetzelfde schema.

Volwassen honden die nog nooit gevaccineerd zijn, of honden van wie dit niet bekend is, moeten zo snel mogelijk worden gevaccineerd. Na 2-4 weken moet deze worden herhaald. Na een jaar moet de grote cocktail worden herhaald, daarna worden de grote en de kleine cocktail jaarlijks afgewisseld.

Plots zieke honden mogen niet gevaccineerd worden. De vaccinatie moet dan worden uitgesteld tot de hond weer beter is. Een hond met een chronische ziekte (zoals suikerziekte, nierproblemen, te langzaam werkende schildklier) kan normaal worden gevaccineerd. Sommige honden krijgen langdurig medicijnen die de afweer onderdrukken (zoals prednisolon). Als zij op een lage dosis staan mogen ze gewoon gevaccineerd worden. Drachtige dieren mogen nooit gevaccineerd worden. Wanneer u graag een nestje wilt van uw hond is het verstandig om haar voor de dekking te laten vaccineren. Zij is dan zelf optimaal beschermd en geeft ook een goede bescherming door aan haar pups.

Aanvullende vaccinatie
Sommige honden lopen meer risico om een ziekte op te lopen. Dit is afhankelijk van de leeftijd van het dier, de levensstijl en de contacten met andere honden. In overleg met uw dierenarts kan daarom besloten worden om een aanvullende vaccinatie te geven.

Kennelhoest door Bordetella bronchiseptica
Deze bacterie wordt overgedragen door direct contact met een besmet dier. De bacterie komt ook voor bij katten en kan onderling worden overgedragen. Ook mensen kunnen met deze bacterie worden besmet. Deze vaccinatie wordt gegeven aan honden die veel met andere honden in aanraking komen, bijvoorbeeld in een kennel of pension, op een club of bij een hondenuitlaatservice. De vaccinatie wordt gegeven via een neusdruppel, vanaf 4 weken leeftijd en moet jaarlijks worden herhaald. Het is een levend vaccin, wat betekent dat de hond daarna de bacterie in de omgeving uitscheidt via oog- en neusuitvloeiing. Om deze reden mag de hond niet worden gevaccineerd als de eigenaar zelf een verminderde afweer heeft. Na de vaccinatie laten sommige honden milde ziekteverschijnselen zien.

Hondsdolheid (rabiës)
Dit virus wordt overgedragen door direct (bijt)contact met een besmet dier. Het kan elk dier besmetten maar in Europa wordt het vooral door vossen verspreid. Ook mensen kunnen besmet worden. Deze vaccinatie is wettelijk verplicht voor elk dier dat naar het buitenland reist. Pups kunnen vanaf 12 weken leeftijd worden gevaccineerd en deze moet een jaar later worden herhaald. Daarna kan de vaccinatie elke 3 jaar worden gegeven, hoewel sommige landen een jaarlijkse vaccinatie eisen. Enkele landen in Europa eisen dat door middel van bloedonderzoek wordt aangetoond dat de hond voldoende is beschermd. Neem daarom ruim van te voren contact op met uw dierenarts als u van plan bent met uw hond naar het buitenland te reizen.

Herpesvirus
Dit virus wordt tijdens de dracht of vlak na de geboorte op de pups overgedragen. De teef kan het virus bij zich dragen zonder zelf ziek te zijn. Het veroorzaakt vruchtbaarheidsproblemen en eventueel abortus. Bij jonge pups kan het algemene ziekteverschijnselen als braken, lusteloosheid en diarree veroorzaken. De pups kunnen hieraan zelfs overlijden. Wanneer een besmetting met herpesvirus is vastgesteld kan uw teef tijdens de dracht hiertegen worden gevaccineerd. Zo kan worden voorkomen dat de pups ziek worden of overlijden door het herpesvirus.

Babesiose
Babesiose wordt veroorzaakt door de ééncellige parasiet Babesia canis en wordt verspreid via Dermacentor-teken, die met name in Frankrijk en rond de Middellandse Zee voorkomen. Helaas wordt hij ook steeds vaker in Nederland gevonden. De parasiet nestelt zich in de rode bloedcellen en maakt deze kapot, waardoor bloedarmoede ontstaat. Wanneer u met uw hond reist naar een risicogebied kan uw hond gevaccineerd worden. Vanaf 5 maanden mag deze vaccinatie worden gegeven, nooit gelijktijdig met andere vaccinaties. De bescherming houdt 3 weken aan en moet dus elke 3-4 weken herhaald worden. Het meest effectief is de vaccinatie als deze wordt gegeven op het moment dat de ziekte het meest voorkomt (eind juni - eind augustus en december-januari). De vaccinatie biedt geen volledige bescherming maar vermindert wel de ziekteverschijnselen. Het is beter om een tekenbeet te voorkomen, bijvoorbeeld door een Scalibor ® tekenband om te doen.

Babesia-parasiet dringt een rode bloedcel binnen

Tetanus
Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie komt overal in de omgeving voor en kan via wonden het lichaam binnendringen. Het toxine wat door deze bacterie wordt geproduceerd veroorzaakt spierkrampen, die beginnen in de kaken en zich uitbreiden over het gehele lichaam. Het kan dodelijk verlopen, zelfs wanneer een tijdige behandeling wordt ingezet. De vaccinatie kan preventief worden gegeven, bijvoorbeeld voor een operatie. Daarnaast kan het worden gegeven als onderdeel van de behandeling of als een hond wordt verdacht van tetanus. Deze vaccinatie wordt in de spier gegeven, wat pijnlijk kan zijn.

Huidschimmel
Deze ziekte wordt veroorzaakt door Microsporum canis en overgedragen via direct en indirect contact. Niet alle honden die geïnfecteerd worden vertonen verschijnselen, dit zijn zogenoemde dragers. Als een dier een schimmelinfectie heeft kan deze vaccinatie worden ingezet als onderdeel van de behandeling. De ziekte verloopt dan sneller en minder ernstig dan zonder vaccinatie. In dat geval wordt 2 maal gevaccineerd met 14 dagen tussentijd. Als er onvoldoende effect optreedt kan dit nogmaals worden herhaald, na weer 14 dagen. Daarnaast kan het worden ingezet om verschijnselen te voorkomen, met name bij honden die in groepen worden gehouden. In dat geval wordt 2 maal gevaccineerd met 14 dagen tussentijd, waarna deze vaccinatie elke 9 maanden moet worden herhaald (ook weer 2 maal met 14 dagen tussentijd). Deze vaccinatie wordt in de spier gegeven, wat pijnlijk kan zijn.

Voor een advies op maat kunt u contact opnemen met een van onze vestigingen. U kunt ook dit filmpje bekijken!