Kat Vaccineren

Katten kunnen in Nederland gevaccineerd worden tegen de volgende ziektes:

  • Kattenziekte
  • Niesziekte:
    • Door feline calicivirus
    • Door feline herpesvirus
    • Door Chlamydophila felis
    • Door Bordetella bronchiseptica
  • Hondsdolheid (rabiës)
  • Feline leukemie
  • Feline infectieuze peritonitis (FIP)
  • Huidschimmel

Basisvaccinatie
Voor elke kat is het belangrijk deze te beschermen tegen katten- en niesziekte. Voor niesziekte geldt dat niet elke veroorzaker een risico vormt voor elke kat. In de basisvaccinatie wordt daarom alleen tegen de veel voorkomende veroorzakers van niesziekte gevaccineerd. Dit zijn het feline calicivirus en het feline herpesvirus.

Kittens krijgen van de moeder afweerstoffen; voor de geboorte via de baarmoeder en na de geboorte via de moedermelk. Deze beschermt de eerste weken tegen ziektes, mits het kitten goed drinkt. De bescherming neemt langzaam af, de snelheid verschilt per kitten. De eerste vaccinatie wordt gegeven aan kittens op 9 weken leeftijd. De vaccinatie moet worden herhaald na 3 weken, dus op 12 weken leeftijd. Bij sommige kittens moet de vaccinatie 4 weken later weer worden gegeven, op 16 weken leeftijd. Dit geldt voor kittens die een groot risico lopen ziek te worden (bijvoorbeeld in een asiel) en voor kittens die van de moeder veel afweerstoffen hebben gekregen (bijvoorbeeld in een cattery).

Na deze vaccinaties moet de kat jaarlijks worden gevaccineerd. De eerste keer moeten alle vaccinaties worden herhaald. De vaccinatie tegen kattenziekte werkt 3 jaar, tegen niesziekte 1 jaar. Daarom moet elke kat elk jaar worden gevaccineerd tegen niesziekte, maar elke 3 jaar tegen kattenziekte. Wanneer een vaccinatie is verlopen wordt deze zo snel mogelijk alsnog gegeven en vervolgens weer jaarlijks herhaald volgens hetzelfde schema.

Volwassen katten die nog nooit gevaccineerd zijn, of katten van wie dit niet bekend is, moeten zo snel mogelijk worden gevaccineerd. Na 2-4 weken moet de vaccinatie worden herhaald. Na een jaar wordt de vaccinatie tegen katten- en niesziekte herhaald en vervolgens weer jaarlijks volgens hetzelfde schema.

Katten die alleen binnenshuis blijven moeten ook worden gevaccineerd. De ziektes komen overal in de omgeving voor en kunnen via schoenen, kleding en dergelijke overgedragen worden. Als een kat ooit katten- of niesziekte heeft gehad geeft dit geen levenslange bescherming, ook deze katten moeten dus jaarlijks worden gevaccineerd.

Plots zieke katten mogen niet gevaccineerd worden. De vaccinatie moet dan worden uitgesteld tot de kat weer beter is. Een kat met een chronische ziekte (zoals suikerziekte, nierproblemen, overactieve schildklier) kan normaal worden gevaccineerd. Sommige katten krijgen langdurig medicijnen die de afweer onderdrukken (zoals prednisolon). Als zij op een lage dosis staan mogen ze gewoon gevaccineerd worden. Katten met een ziekte die de afweer onderdrukt (FIV of FeLV) kunnen worden gevaccineerd, maar niet met elk vaccin en alleen als ze een risico lopen. Dit zal uw dierenarts met u bespreken. Drachtige dieren mogen nooit gevaccineerd worden. Wanneer u graag een nestje wilt van uw kat is het verstandig om haar voor de dekking te laten vaccineren. Zij is dan zelf optimaal beschermd en geeft ook een goede bescherming door aan haar kittens.

Aanvullende vaccinatie
Sommige katten lopen meer risico om een ziekte op te lopen. Dit is afhankelijk van de leeftijd van het dier, de levensstijl en de contacten met andere katten. In overleg met uw dierenarts kan daarom besloten worden om een aanvullende vaccinatie te geven.

Niesziekte door Chlamydophila felis
Deze bacterie wordt overgedragen door direct contact met een besmet dier. Als deze ziekte uitbreekt in een groep katten is het verstandig de dieren die geen verschijnselen vertonen te vaccineren. De zieke dieren moeten eerst worden behandeld, pas wanneer de verschijnselen onder controle zijn kunnen zij gevaccineerd worden. In een cattery of asiel leven vaak meerdere dieren gedurende langere tijd bij elkaar. In dat geval is het verstandig om al op jonge leeftijd te beginnen met vaccineren, met de eerste vaccinatie op 9 weken leeftijd en de tweede vaccinatie op 12 weken leeftijd. Deze vaccinatie moet daarna elk jaar worden herhaald.

Niesziekte door Bordetella bronchiseptica
Deze bacterie wordt overgedragen door direct contact met een besmet dier. De bacterie komt ook voor bij honden (‘kennelhoest’) en kan onderling worden overgedragen. Ook mensen kunnen met deze bacterie worden besmet. Deze vaccinatie wordt alleen gegeven aan katten die in een groep leven en waar al eerder deze ziekte is voorgekomen. De vaccinatie wordt gegeven via een neusdruppel, vanaf 4 weken leeftijd en moet jaarlijks worden herhaald. Het is een levend vaccin, wat betekent dat de kat daarna de bacterie in de omgeving uitscheidt via oog- en neusuitvloeiing. Om deze reden mag de kat niet worden gevaccineerd als de eigenaar zelf een verminderde afweer heeft. Na de vaccinatie laten sommige katten milde ziekteverschijnselen zien.

Hondsdolheid (rabiës)
Dit virus wordt overgedragen door direct (bijt)contact met een besmet dier. Het kan elk dier besmetten maar in Europa wordt het vooral door vossen verspreid. Ook mensen kunnen besmet worden. Deze vaccinatie is wettelijk verplicht voor elk dier dat naar het buitenland reist. Kittens kunnen vanaf 12 weken leeftijd worden gevaccineerd en deze moet een jaar later worden herhaald. Daarna kan de vaccinatie elke 3 jaar worden gegeven, hoewel sommige landen een jaarlijkse vaccinatie eisen. Enkele landen in Europa eisen dat door middel van bloedonderzoek wordt aangetoond dat de kat voldoende is beschermd. Neem daarom ruim van te voren contact op met uw dierenarts als u van plan bent met uw kat naar het buitenland te reizen.

Feline leukemie
Deze ziekte wordt veroorzaakt door het feline leukemievirus (FeLV) en overgedragen door direct met een besmet dier. Vooral jonge (ras)katten zijn gevoelig, met het stijgen van de leeftijd wordt de kat steeds ongevoeliger. De ziekte komt weinig voor, maar in sommige gebieden juist vaker. De vaccinatie wordt gegeven aan katten die buiten komen en in een risicogebied wonen. Als de ziekte uitbreekt in een cattery of asiel is het verstandig alle katten te testen op de ziekte voor ze te vaccineren. Kittens kunnen op 8-9 weken leeftijd worden gevaccineerd, op 12 weken moet deze worden herhaald. Deze vaccinatie moet daarna elk jaar worden herhaald, tot 3 jaar leeftijd. Daarna kan de vaccinatie elke 2-3 jaar worden gegeven.

Feline infectieuze peritonitis
Deze ziekte wordt veroorzaakt door het feline coronavirus (FCoV) en overgedragen door direct en indirect contact (via kattenbak, kleding, schoenen) met een besmet dier. Het virus komt overal voor, in de darmen van gezonde katten en in de omgeving. Niet elk besmet dier wordt er echter ziek van; vooral jonge (ras)katten en katten die in een grote groep leven zijn gevoelig. Stress speelt ook een grote rol. De vaccinatie wordt gegeven via een neusdruppel, aan katten die in een besmette groep worden geïntroduceerd en die geen virus bij zich dragen. Als in een groep katten de ziekte is vastgesteld, zijn alle katten vrijwel zeker drager van het virus. Vaccinatie is voor hen niet meer zinvol. Kittens kunnen op 16 weken leeftijd worden gevaccineerd, na 3 weken moet deze worden herhaald. Deze vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald. In de praktijk wordt deze vaccinatie bijna nooit gegeven.

Feline Coronavirus: veroorzaker van FIP

Huidschimmel
Deze ziekte wordt veroorzaakt door Microsporum canis en overgedragen via direct en indirect contact. Niet alle katten die geïnfecteerd worden hebben vertonen verschijnselen, dit zijn zogenoemde dragers. Als een dier een schimmelinfectie heeft kan deze vaccinatie worden ingezet als onderdeel van de behandeling. De ziekte verloopt dan sneller en minder ernstig dan zonder vaccinatie. In dat geval wordt 2 maal gevaccineerd met 14 dagen tussentijd. Als er onvoldoende effect optreedt kan dit nogmaals worden herhaald, na weer 14 dagen. Daarnaast kan het worden ingezet om verschijnselen te voorkomen, met name bij katten die in groepen worden gehouden. In dat geval wordt 2 maal gevaccineerd met 14 dagen tussentijd, waarna deze vaccinatie elke 9 maanden moet worden herhaald (ook weer 2 maal met 14 dagen tussentijd). Deze vaccinatie wordt in de spier gegeven, wat pijnlijk kan zijn.

Voor een advies op maat kunt u contact opnemen met een van onze vestigingen. U kunt ook dit filmpje bekijken!