Kat: Chronisch nierfalen

De nieren filteren het bloed en voeren afvalstoffen uit het lichaam af via de urine. Daarnaast houden ze de vloeistof- en zoutbalans op peil. Door verschillende hormonen te produceren wordt de aanmaak van rode bloedcellen gestimuleerd en de opbouw en afbraak van botten gereguleerd. Als laatste spelen de nieren een rol bij het reguleren van de bloeddruk. Ze ontvangen 80% van het bloed dat door het lichaam stroomt. Het zijn dus zeer belangrijke organen.

Nieraandoeningen komen veel voor bij onze huisdieren. Het komt voornamelijk voor bij oudere dieren, maar ook op jonge leeftijd kan een dier nierproblemen krijgen. De nieren kunnen schade oplopen door ontsteking, trauma, kanker of gifstoffen. Wanneer de schade zo uitgebreid is dat er klachten ontstaan spreekt men van nierfalen. De nieren hebben een grote reservecapaciteit; uw dier gaat pas verschijnselen vertonen als driekwart van de nierfunctie onherstelbaar is verloren.

Er zijn twee vormen van nierfalen: een acute en een chronische vorm. De chronische vorm wordt hier verder besproken.

Verschijnselen

  • Slechte eetlust. Uw dier wilt minder graag of niet meer eten. Ook snacks worden met minder smaak gegeten.
  • Vermageren. De vetreserves verminderen en ook de bespiering kan afnemen. De botten worden duidelijker voelbaar, dit valt voornamelijk op rond de schouders en heupen.
  • Meer drinken en plassen. De drinkbak raakt sneller leeg of uw dier wilt uit elke plas of vijver drinken. Bij het uitlaten doet uw hond grote plassen of kan de urine zelfs niet meer ophouden.
  • Braken. Uw dier begint te braken; dit kan voer, gal of slijm zijn.
  • Slechte vacht. De vacht wordt mottig en kan gaan plukken. De glans verdwijnt en uw dier kan meer gaan verharen.
  • Slechte adem. De geur uit de bek wordt minder fris. In ernstige gevallen kan uw dier naar aceton ruiken.
  • Uitdroging. De huid valt niet snel weer terug als u een plooi trekt. De neus kan droger worden.
  • Slomer, meer slapen. Uw dier heeft minder energie en slaapt meer. Hij heeft minder levenslust dan vroeger.

De meeste dieren laten duidelijke verschijnselen zien, maar soms zijn deze wat minder goed zichtbaar. Als u één van de verschijnselen opmerkt of u twijfelt, maak dan gerust een afspraak ter controle.

Diagnose

Aan de hand van de verschijnselen en het lichamelijk onderzoek kan een vermoedelijke diagnose worden gesteld. Door middel van bloedonderzoek kan de diagnose worden bevestigd. Wanneer de diagnose is gesteld is het verstandig ook de bloeddruk te controleren.

1 - gezonde nier
2 - chronisch nierfalen: de nier wordt kleiner doordat weefsel kapot gaat
3 - eindstadium: het nierweefsel is vervangen door littekenweefsel (schrompelnier)

Behandeling

Nierfalen kan niet genezen. Wel kunnen we met medicatie en dieetvoer de nieren ondersteunen. Benakor ® verhoogt de doorbloeding van de nieren zodat de nierfunctie verbetert. De medicatie is ook in een smakelijke variant (Fortekor ®) beschikbaar. Sinds kort is er voor katten een nieuw medicijn ontwikkeld, genaamd Semintra ®. Dit medicijn verbetert ook de nierfunctie en vermindert tegelijkertijd het eiwitverlies via de urine. Naast medicatie heeft uw hond of kat dieetvoer nodig. Dit bevat minder zout en eiwit waardoor de nieren minder hard hoeven te werken. De medicatie en het dieetvoer worden levenslang gegeven.

Wanneer uw dier uitgedroogd is geven we een onderhuids infuus. Sommige dieren hebben dit vaker nodig; wij kunnen u in dat geval leren hoe u dit thuis kunt doen. Als uw dier op een ander dieet staat krijgt uw dier een voedingssupplement (Ipakitine ®). Dit poeder strooit u over het dieet en zorgt ervoor dat er minder schadelijke zouten worden opgenomen in de darmen.

Het is belangrijk om het verloop van nierfalen in de gaten te houden. De eerste controle vind een maand na het starten van de behandeling plaats. We herhalen het bloedonderzoek om te controleren of de behandeling aanslaat. Daarnaast meten we de bloeddruk. Deze controles worden daarna (half)jaarlijks herhaald. U kunt dit eventueel combineren met de jaarlijkse vaccinatie.