Fret: Voortplanting

Fretten zijn vanaf ongeveer 6 maanden leeftijd vruchtbaar. De loopsheid van een vrouwelijke fret (moer) duurt ongeveer 6 maanden en is duidelijk zichtbaar aan haar gezwollen vulva. Een fret is een zogenaamde 'induced ovulator', wat betekent dat na de dekking de eisprong plaatsvindt. Hierdoor blijft zij loops totdat zij gedekt wordt. De dekking is vaak vrij ruw, waarbij de mannelijke fret (ram) met de moer kan slepen totdat zij de dekking toestaat. Tijdens de dekking zijn ze gedurende een half uur aan elkaar gekoppeld.

De dracht duurt ongeveer 42 dagen. De bevalling (partus) verloopt vlot en vaak ongecompliceerd. Gemiddeld worden 8 jongen geboren. Ze zijn kaal en blind en wegen 8 tot 10 gram. Na 4 tot 5 weken begint de moer haar jongen vlees te voeren en zullen de jongen ook actiever worden. De zoogperiode duurt in totaal 42 dagen en op 8 weken leeftijd kunnen zij van hun moeder worden gescheiden. De moer is 14 dagen na de partus alweer vruchtbaar.

Castratie

Wanneer u meerdere fretten samen huisvest kunnen de rammen gecastreerd worden. Dit heeft als voordeel dat zij niet meer vruchtbaar zijn, er minder zal worden gevochten en dat de lichaamsgeur minder sterk wordt. Voor een castratie is het belangrijk dat uw fret gezond is. Daarvoor kunt u letten op de eetlust, activiteit en de ontlasting. Voorafgaand aan de operatie wordt uw fret onderzocht op eventuele afwijkingen. Hij moet voor een operatie vier uur nuchter worden gehouden.

De castratie vindt onder algehele narcose plaats en vooraf krijgt hij een pijnstillende injectie. Gelukkig zijn de narcosemiddelen tegenwoordig ook voor fretten erg veilig, zeker omdat een gasnarcose wordt gebruikt. Tijdens en na de castratie wordt uw fret nauwlettend in de gaten gehouden en krijgt hij extra zuurstof toegediend. De castratie zelf is een vrij korte ingreep, waarbij via een kleine snede beide testikels worden verwijderd. Wanneer uw fret goed wakker is mag hij weer naar huis. Na de castratie heeft uw fret nog 5 dagen pijnstilling nodig.

Sterilisatie

Wanneer een moer tijdens de loopsheid niet wordt gedekt kan zij een bloedarmoede ontwikkelen. Deze bloedarmoede kan ernstige gevolgen hebben en zelfs een dodelijke afloop hebben. Om dit te voorkomen kan uw fret worden gesteriliseerd.

De sterilisatie vindt onder algehele narcose plaats en vooraf krijgt zij een pijnstillende injectie. Gelukkig zijn de narcosemiddelen tegenwoordig ook voor fretten erg veilig, zeker omdat een gasnarcose wordt gebruikt. Tijdens en na de sterilisatie wordt uw fret nauwlettend in de gaten gehouden en krijgt zij extra zuurstof toegediend. Wanneer beide eierstokken zijn verwijderd worden de buikspieren weer aan elkaar vastgehecht. Het onderhuidse bindweefsel en de huid worden gesloten met een speciale hechttechniek, zodat er aan de buitenkant geen hechtingen zichtbaar zijn. Wanneer uw fret goed wakker is mag zij weer naar huis. Na de sterilisatie heeft uw fret nog 5 dagen pijnstilling nodig.

Chemische castratie en sterilisatie

Een alternatief voor een operatieve castratie is een chemische castratie. Hiervoor wordt bij de wakkere fret onderhuids een Suprelorin ®-implantaat geplaatst, vergelijkbaar met het plaatsen van een identificatiechip. Het implantaat geeft hormonen af die een tijdelijke onvruchtbaarheid veroorzaken. Eerst geeft het een tijdelijke verhoging van de testosteronspiegel, maar a 2 tot 16 dagen na het plaatsen daalt dit tot onder het vruchtbaarheidsniveau. Na ongeveer 5 weken is de ram onvruchtbaar. Het implantaat heeft een werkingsduur van minimaal 16 maanden, maar in de praktijk is gebleken dat de werking tot wel 3 à 4 jaar aanhoudt.

Ook voor de moer kan als alternatief voor de operatie een Suprelorin ®-implantaat worden geplaatst. Na het plaatsen kan zij een korte loopsheid (van ongeveer een week) doormaken die echter geen nadelige gevolgen heeft. Als het implantaat wordt geplaatst tijdens de loopsheid kan zij schijnzwanger worden, waarbij zij agressief kan worden naar andere fretten. Daarom wordt het implantaat het beste voor de loopsheid geplaatst, bijvoorbeeld in januari.

Na verloop van tijd is het implantaat opgelost en worden dus geen hormonen meer afgegeven. De testosteronspiegel in het bloed stijgt weer waarna de vruchtbaarheid weer terugkeert. Aan de buitenkant merkt u dit doordat bij de ram de testikels weer in grootte toenemen, het seksuele gedrag weer terugkeert en hij weer sterker gaat ruiken. Ook bij de moer keert het seksuele gedrag terug en gaat zij weer sterker ruiken. Om dit te voorkomen kan weer een nieuw implantaat worden geplaatst.

Naast bovenstaande voordelen lijkt het Suprelorin ®-implantaat ook het ontstaan van bijniertumoren te voorkomen. Hiernaar wordt echter nog veel onderzoek gedaan. Het implantaat wordt al wel als behandeling bij bijniertumoren toegepast. Meer informatie over bijniertumoren bij fretten vindt u elders op onze website.